Auteursarchief: Andrys

Dood gevonden op het kerkhof van Uitwierde

Op 30 april 1814 wordt er een overlijdensakte opgemaakt voor de Burgerlijke Stand van de gemeente Delfzijl, waarin de broers Geert Cornelis en Pieter Cornelis Bos verklaren dat hun zwager Reint Pieters de Boer op 29 april 1814 in het huis no. 57 te Uitwierde zou zijn overleden.
Onderaan de akte wordt echter een rectificatie aangebracht ‘bij vonnis van de regtbank van eersten aanleg’, op verzoek van de weduwe Martje Cornelis. Daarin wordt verklaard dat Reint Pieters de Boer ‘tusschen den vierden en vijfden februari 1814 op het kerkhof te Uitwierde is dood gevonden’.

Wat is hier gebeurd? Is in eerste instantie ‘vergeten’ aangifte te doen en hebben de broers dat voor hun zus willen ‘oplossen’? En hoezo: ‘dood gevonden op het kerkhof’? Hij was timmerman: is hij bij het repareren van de dakgoot van de kerk van de ladder gevallen?

Nee, dus. Reint Pieters is slachtoffer geworden van het Beleg van Delfzijl. Toen Napoleon al verslagen werd, wilde de Franse kolonel Pierre Maufroy dat niet geloven. Hij versterkte Delfzijl en hield de stad van 13 november 1813 tot het ontzet op 23 mei 1814 in Franse handen. Om zijn troepen te bevoorraden deed hij zo nu en dan uitvallen naar de dorpen in de omgeving. Zo ook in de nacht van 4 op 5 februari 1814, toen met name Uitwierde en Biessum werden geplunderd. Bij die rooftocht is ‘onze’ Reint Pieters omgekomen.

In de Leeuwarder Courant van 11 februari werd de rooftocht en de dood van Reint Pieters als volgt beschreven:

Op 30 april, toen de beide broers op het gemeentehuis van Delfzijl kwamen om daar voor de (Fransgezinde) burgemeester te verklaren dat Reint was overleden, was Delfzijl nog in handen van de Fransen. Ze hebben toen waarschijnlijk niet durven aangeven dat Reint al bijna twee maanden geleden vermoord was door de bezetters. Vandaar dat ze een verkeerde datum opgaven en net deden of hij een natuurlijke dood was gestorven. Pas toen de Fransen weg waren kon de weduwe de akte laten rectificeren.

Lees meer over het Beleg van Delfzijl op Wikipedia.
De overlijdensakte op Alle Groningers

DELR1814OV0023_800

Sail-out Harlingen

Afgelopen zondag 6 juli waren wij getuige van het vertrek van de deelnemers aan de Tall Ship Races 2014 vanuit de haven van Harlingen. We hadden daarvoor een arrangement geboekt waarmee we met een schip met de vloot zouden meevaren.
2gebroedersOnze boot, de Twee Gebroeders, vertrok rond half één vanuit de Industriehaven en zocht eerst een plekje achter de Noorderpier, vlakbij de uitgang van de haven. Het was de bedoeling om dan, nadat de eerste schepen vertrokken waren een eind mee te gaan varen richting Noordzee. Helaas waaide het zo hard dat de organisatie het niet verantwoord vond om tussen de grote windjammers te gaan varen. We zijn dan ook de hele middag op dezelfde plaats blijven liggen. Op zich was dat prima: lekker beschut en eerste rang!

webcamkopieOp onderstaand timelapse-filmpje is onze boot te zien. Rond 1’38” varen wij naar buiten en draaien direct buiten de haven naar stuurboord. De rest van de tijd ligt de boot opvallend stil, stiller dan de andere schepen om ons heen. Dat komt omdat de Twee Gebroeders voorzien is van een spudpaal, een uitschuifbare paal die in de grond gedrukt wordt. Ook dat zorgde ervoor dat er alle gelegenheid was om mooie foto’s te maken. Een selectie daarvan staan op mijn Flickr-pagina.

Vooraan de Eendracht, in de verte de Mir uit Rusland.

Vooraan de Eendracht, in de verte de Mir uit Rusland.

P.S. Bakker

Tijdens het scannen van een fotoalbum van de familie De Jong van het voormalige hotel “De Roskam” in Buitenpost kwam ik de onderstaande foto’s tegen van een echtpaar op leeftijd. ik had even de hoop dat het mijn betovergrootouders Lammert Barelds de Jong (1822-1895) en zijn vrouw Suardina Wiebes Posthuma (1823-1905) zouden zijn, maar helaas. Toevallig stuitte ik op een artikel op internet over de bekende P.S. Bakker, ‘ondernemer in het groot’.  En daar stonden dezelfde portretten bij! Dus, geen betovergrootouders, maar de overburen uit “Het Oude Kantoor”.

Popke Sjoerds Bakker (1835-1918)
Dieuwke Bakker-Althuisius (1855-1935)
Popke Sjoerds Bakker (1835-1918) en Dieuwke Bakker-Althuisius (1855-1935)

 

Bouwwijk

Als foto boven de genealogische pagina’s op deze website gebruik ik een foto van Bouwwijk in Buitenpost. Dat is niet alleen omdat het een mooie foto is, maar ook omdat hierop een aantal familieleden staan afgebeeld. Het meisje wat voor de fiets staat is mijn moeder Grietje de Jong (1915-1995). Rechts staat mijn beppe Elisabeth de Jong-Keuning (1882-1977) met mijn tante Atje de Jong (1918-2007). En achter het achterwiel van de fiets staat mijn oom Andries de Jong (1909-1993). Aan de hand van de leeftijd van de kinderen denk ik dat de foto gemaakt zal zijn rond 1922.

A48

De foto werd gemaakt in Buitenpost in Bouwwijk (nu: Herbrandastraat). In het huis uiterst rechts woonden mijn grootouders, pake Jacobus de Jong (1877-1955) en beppe Elisabeth de Jong-Keuning. Aan de reclameborden op de gevel (Van Nelle en Kahrel’s thee) is te zien dat beppe een koffie- en theehandeltje had. Aan de voorkant van het huis zitten ook een aantal reclameborden. Op deze foto is dat niet te lezen, maar die zijn van het Nieuwsblad van het Noorden en de Leeuwarder Courant, de beide kranten waar pake het agentschap van Buitenpost voor verzorgde. Met allerlei andere baantjes en bijbaantjes, zoals vertegenwoordiger (“reiziger”), meteropnemer, enz., zorgden pake en beppe ervoor dat het gezin met vier kinderen de moeilijke 20er en 30er jaren doorkwam. Pake was oorspronkelijk bakker, maar had het met zijn eigen winkel in de jaren van de Eerste Wereldoorlog niet kunnen bolwerken.

De jongen met de fiets is overigens buurjongen Petrus (Pé) van Waarden (1911-1984). Hij zou later evenals zijn vader klompenmaker worden. De andere personen zijn mij helaas niet bekend.

Het lot van pake Sjoerd Stienstra

Lot Nationale Militie 1906

Op 14 oktober 1905 was het in Huizum een drukte van belang. Uit alle dorpen van Leeuwarderadeel kwamen jongens van rond de 19 jaar naar het gemeentehuis om daar te loten voor de Nationale Militie. Het hing van het getrokken nummer af of ze wel of niet opgeroepen zouden worden om de dienstplicht voor volk en vaderland te vervullen. Een laag nummer betekende ingeloot, een hoog nummer gaf kans op vrijstelling. In de Leeuwarder Courant van 5 januari 1905 was het “aandeel van iedere gemeente in de provincie in de lichting der nationale militie van 1906” bekend gemaakt. Leeuwarderadeel zou 26 miliciens voor een volledige oefening en  11 voor een korte oefening moeten leveren.

Sinds de Franse tijd was er in Nederland sprake van dienstplicht. Voor die tijd bestond het leger uit vrijwilligers, vreemdelingen, landlopers en avonturiers. Vanaf 1815 moest iedere mannelijke inwoner in het jaar waarin hij 19 jaar werd meeloten voor de Nationale Militie. Eenmaal ingeloot bestond er kans op vrijstelling, bijvoorbeeld vanwege lengte (minimaal 1,55 meter) of broederdienst.  Ook was het mogelijk om een plaatsvervanger te zoeken. Dat kon een ‘remplaçant’ zijn (iemand die zich dat jaar niet had hoeven te melden) of een ‘nummerverwisselaar’ (iemand die was uitgeloot).  Daarvoor werden soms forse bedragen aan de plaatsvervanger betaald. In het notarieel archief zijn hiervan diverse akten als bewijsstukken te vinden. Er bestonden zelfs verzekeringen voor de Nationale Militie. Op 18 januari 1867 adverteerde de verzekerings-maatschappij voor de Nationale Militie “De Eendragt”  met “een vasten waarborg van solidariteit”. De Eendragt nam daarbij de gehele verantwoordelijkheid voor de door haar gestelde Plaatsvervangers en Nummerverwisselaars.

Dat er door de jongens na afloop van de loting wel eens even feest werd gevierd mag duidelijk zijn.  In de Leeuwarder Courant van 13 oktober 1898 stond het volgende berichtje waaruit blijkt dat het op de lotingsdag ook wel eens uit de hand liep:
“Zevenwouden, 11 Oct. Gisteren waren eenige lotelingen uit de gemeente Aengwirden in opgewonden toestand op den openbaren weg te ’t Meer en molesteerden eene dame door haar in eene sloot te duwen, waaruit zij door een toegeschoten persoon gered werd. Erg zenuwachtig werd zij naar huis gebracht.”

De Nederlandsche Vereniging tot Afschaffing van Alcoholhoudende Dranken (“De Blauwe N.V.”) richtte zich via advertenties en brochures dan ook tot de lotelingen: “Straks is de lotingsdag weer daar, dit keer ook voor U. Straks geven de straten weer dat oude en schier al zoo gewone beeld te aanschouwen. De wegen worden ontsierd, soms zelfs onveilig gemaakt door groepjes jonge mannen, het nommer op hoed of pet, zingend, schreeuwend, zwaaiend, half of heel beschonken”. In sommige gemeenten werd op de lotingsdag zelfs een tapverbod uitgevaardigd.

De militieregisters, waarin de gegevens van alle lotelingen sinds de Franse tijd werden vastgelegd, zijn de afgelopen jaren door vele vrijwilligers toegankelijk gemaakt. U kunt ze inzien op de website www.militieregisters.nl.

Overigens: het hierboven afgebeelde lot was het bewijs dat loteling Sjoerd Stienstra uit Jelsum was vrijgeloot.

Oerbeppe

Hendrika W. Keuning-van der Velde

Een mooie foto van ‘oerbeppe’ Hendrika W. Keuning-van der Velde (1854-1945). De foto werd gemaakt toen ze op de kade in Sneek haar zoon (‘oom Jurjen’) en zijn familie uitzwaaide die een dagje gingen varen. Zo te zien heeft deze foto ooit in een ovalen lijstje gezeten…
Ze draagt een ‘kyps’ bovenop het gouden oorijzer. Eén van de beide knoppen van het oorijzer is er nog, het oorijzer zelf is in 1946 ingeleverd voor de trouwringen van mijn ouders. Vanwege de schaarste moest er vlak na de oorlog goud ingeleverd worden om nieuw goud te mogen kopen.

 

Het scheepje van Reinder Johannes de Vries

Vorig jaar kreeg ik uit de nalatenschap van een tante dit scheepsmodel. Het is ooit eigendom geweest van een oudoom van mijn vader. Hij heeft het als souvenir van één van zijn reizen meegenomen, of misschien ook nog wel zelf gemaakt.
Reinder Johannes de Vries, geboren 23 september 1866 in Leeuwarden, zoon van Johannes Franses de Vries (schipper) en Romkje Reinders Minnema, was zeeman. Van hem is geen overlijdensdatum bekend. Volgens wat ik destijds van mijn vader gehoord heb zou hij in (of al voor) de Eerste Wereldoorlog gediend hebben op een Amerikaans schip dat vergaan is. Mijn pake en zijn broer zijn nog eens naar Den Haag gereisd om op de Amerikaanse ambassade inlichtingen te vragen, maar helaas zonder resultaat.
Tot nu toe is het mij ook nog steeds niet gelukt om nog een spoor van hem te vinden, hoewel er nu op internet diverse (Amerikaanse) bronnen zijn om in te speuren. Het laatste wat ik van hem heb kunnen vinden is dat hij in het Leeuwarder bevolkingsregister in 1899 is “doorgehaald bij gel. der 8ste Volkstelling”.